De handhaving op schijnzelfstandigheid wordt vanaf 2025/2026 merkbaar aangescherpt. Waar organisaties de afgelopen jaren vooral te maken hadden met waarschuwingen en overgangsregelingen, gaat de Belastingdienst actiever controleren en corrigeren. Voor financieel managers en controllers betekent dit dat het werken met zzp’ers opnieuw tegen het licht moet worden gehouden. Niet vanuit HR-perspectief, maar vooral vanuit financieel risico, compliance en voorspelbaarheid van kosten.
Wat verandert er in de handhaving van de Wet DBA vanaf 2025/2026?
De Wet DBA is geen nieuwe wetgeving, maar de manier waarop deze wordt gehandhaafd verandert wel degelijk. De Belastingdienst gaat strenger toetsen of zzp’ers die voor een organisatie werken, in de praktijk niet functioneren als werknemers. Daarbij kijkt zij minder naar wat er op papier is vastgelegd en meer naar hoe de samenwerking feitelijk wordt ingevuld.
Voor de financiële functie is dit een belangrijk verschil. Een correct opgesteld contract biedt namelijk geen garantie meer als de dagelijkse praktijk wijst op een gezagsverhouding, structurele inbedding in de organisatie of langdurige inzet zonder ondernemersrisico. Juist deze discrepantie vormt de basis voor naheffingen en correcties.
Wanneer is sprake van schijnzelfstandigheid?
Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer een zzp’er formeel zelfstandig is, maar feitelijk werkt als werknemer. In veel organisaties ontstaat dit geleidelijk, bijvoorbeeld doordat een zelfstandige steeds langer blijft, vaste werktijden aanhoudt en onderdeel wordt van het reguliere team.
Voor controllers is dit verraderlijk. De kosten worden geboekt als externe inhuur, terwijl de Belastingdienst deze achteraf kan aanmerken als loonkosten. Het risico zit dus niet alleen in de juridische beoordeling, maar vooral in de financiële consequenties die pas later zichtbaar worden.
Wat zijn de financiële risico’s bij schijnzelfstandigheid?
De financiële impact van schijnzelfstandigheid kan aanzienlijk zijn. Wanneer de Belastingdienst oordeelt dat sprake is van een dienstbetrekking, kunnen loonheffingen met terugwerkende kracht worden nageheven. Dit gaat vaak gepaard met boetes en rente, zeker als meerdere jaren worden gecorrigeerd.
Voor organisaties die met meerdere zzp’ers werken, kan dit effect zich opstapelen. Wat begon als flexibele inzet, verandert dan in een onverwachte druk op resultaat, liquiditeit en budgetten. Juist daarom is dit onderwerp voor financieel managers meer dan een HR-vraagstuk; het raakt direct de financiële continuïteit.
Hoe verwerkt de Belastingdienst naheffingen en correcties?
Naheffingen worden niet prospectief opgelegd, maar kunnen betrekking hebben op eerdere boekjaren. Dat betekent dat financiële cijfers mogelijk herzien moeten worden en dat reserveringen achteraf onvoldoende blijken. In sommige gevallen vraagt dit zelfs om aanvullende toelichtingen richting accountant of directie.
Een goed ingerichte salarisadministratie speelt hierbij een sleutelrol. Hoe beter arbeidsrelaties, vergoedingen en contractvormen zijn vastgelegd, hoe beter een organisatie in staat is om vragen van de Belastingdienst te beantwoorden en schade te beperken.
Wat betekent dit voor de salarisadministratie en systemen zoals AFAS?
De aangescherpte handhaving maakt duidelijk dat salarisadministratie niet alleen een uitvoerende taak is, maar een controlerend en signalerend instrument. De scheiding tussen loondienst, externe inhuur en andere arbeidsvormen moet helder zijn ingericht, zowel administratief als procesmatig.
In systemen zoals AFAS betekent dit dat organisaties kritisch moeten kijken naar hun inrichting. Niet alleen om correct te verwerken, maar ook om inzicht te krijgen in risico’s. Rapportages, controles en periodieke reviews worden daarmee een vast onderdeel van goed financieel beheer.
Hoe kan een financieel manager risico’s beheersen?
Voor financieel managers ligt de sleutel in een proactieve aanpak. Door zzp-constructies periodiek te beoordelen en financiële risico’s expliciet mee te nemen in forecasts, ontstaat grip op een onderwerp dat anders pas zichtbaar wordt bij een controle.
Daarnaast loont het om alternatieven door te rekenen. In sommige gevallen blijkt loondienst, payroll of detachering financieel voorspelbaarder dan zelfstandige inhuur, zeker wanneer risico’s en correctiekosten worden meegerekend.
Is salarisadministratie uitbesteden een logische stap?
Steeds meer organisaties kiezen ervoor om salarisadministratie (deels) uit te besteden of periodiek te laten toetsen. Niet primair om kosten te besparen, maar om zekerheid te creëren. Actuele kennis van wetgeving, correcte verwerking van loonheffingen en voorbereiding op controles verlagen het risico op onaangename verrassingen.
Voor controllers betekent dit rust en voorspelbaarheid. Salarisadministratie wordt daarmee een instrument voor risicobeheersing in plaats van een reactieve verplichting.
Conclusie: financiële grip in een strenger handhavingsklimaat
De aangescherpte handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 2025/2026 vraagt om meer dan alleen bewustwording. Voor financieel managers is dit hét moment om arbeidsrelaties, salarisadministratie en financiële risico’s integraal te beoordelen. Wie nu inzicht creëert en processen borgt, voorkomt dat correcties en naheffingen straks de agenda bepalen.
Meer weten? Neem contact op!