Dit is per 1 januari 2026 gewijzigd, wist jij dit al?

Niet alle werknemers kunnen werken tot de AOW-leeftijd. In deze situaties kunnen werkgevers en werknemers afspraken maken over eerder stoppen met werken via de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU).

In deze blog leggen we uit wat er per 2026 is gewijzigd en wat dit betekent voor werkgevers en HR-afdelingen.

Hoogte van het RVU-bedrag
Met een RVU-regeling kunnen werknemers maximaal 3 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd stoppen met werken. Zij kunnen er ook voor kiezen om korter dan 3 jaar eerder stoppen. In 2026 geldt een vrijstelling tot een bedrag van €2.357, dit bedrag is netto even hoog als een netto AOW-uitkering. Tot dit drempelbedrag hoeft de werkgever geen RVU-heffing te betalen.

Werknemers met een laag inkomen
Voor werknemers met een laag inkomen, of een weinig aanvullend pensioen kan de werkgever vanaf 1 januari 2026 maximaal €300 bruto per maand extra meegeven. Dit bedrag komt boven op de basis-RVU-uitkering. Ook over dit aanvullende bedrag geldt geen RVU-heffing.

Wanneer wél RVU-heffing?
Als een werknemer éérder dan 3 jaar voor de AOW-leeftijd stopt met werken, of als de uitkering hoger is dan het drempelbedrag, dan betaald de werkgever over dit deel wél RVU-heffing, deze bedraagt in 2026 57,7% en wordt geleidelijk verhoogd naar 65% in 2028.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Wil je weten wat deze wijzigingen betekenen voor jouw organisatie? Of heb je hulp nodig bij de juiste verwerking in loonadministratie?

Neem dan contact met ons op, wij kijken graag met je mee over de toepassing van de RVU.